Mijn moeke lijkt een diepvriespizza

Mijn moeke heeft een gebroken hart. Letterlijk. Er mankeert een verbinding tussen haar linkerboezem en haar rechterboezem. Gelukkig zijn er dokters bij de vleet om dit mankement vlot te repareren. Met een koffer vol nachtkleding, antisnurkoordoppen en een stapel woordzoekers vertrok moeke naar het ziekenhuis. Om er als een jong bieke van terug te keren – tenminste, dat beloofden wij haar.

Ondertussen ligt mijn moeke al twee weken in nachtjapon naar het plafond te staren. Op de dienst intensieve zorgen – waar wij haar twee keer per dag een kwartier bezochten – was ze omringd door buisjes, controlepiepjes en zachte voluptueuze nachtzusters.

De verpleegkundigen kampeerden er net niet naast haar bed. Geen kuchje of onregelmatige hartslag ging onopgemerkt voorbij. Na haar verhuizing naar een gewone afdeling zijn de nachtzusters gebleven. Maar de intensieve zorg maakte plaats voor een geautomatiseerde behandeling.

Bij patiënten die op een gewone afdeling genezen van kapotte knieën of pijnlijke nieren, staan de verpleegkundigen niet meer dag en nacht naast het bed. De persoonlijke aandacht maakt plaats voor een streepjescodescanner. Je weet wel, hetzelfde toestel waarmee de winkeljuffrouw uw aardappelen en diepvriespizza’s scant. Het verschil tussen patiënten en diepvriespizza’s wordt plots klein. Dat het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg een fabriek is, zeggen wij weleens als we door de wirwar van gangen zwerven. Dat UZ Gasthuisberg ook op een andere manier aan een fabriek doet denken, merkte ik pas bij mijn moeke en haar gebroken hart.

Voordat een patiënt zijn pil, siroop of poepsnoepje krijgt, scant de verpleegkundige de barcode van de medicatie en de streepjescode van de patiënt. Niet omdat elke verpleegkundige er ooit van droomde om in een supermarkt te werken, maar omdat het aantal medicatiemissers op deze manier sterk daalt. Gelukkig is een ziekenhuis geen festivalterrein, waar polsbandjes met vettige chipszakken van pols naar pols geschoven worden. Voor je het weet, krijgt Jos die herstelt van een knieblessure de cholesterolmedicatie van Martine.

Verpleegkundigen scannen meerdere keren per dag de streepjescode op het polsbandje van de patiënt. Heeft mevrouw x al een plasje gedaan? Hoeveel boterhammen heeft meneer y vandaag al gesmikkeld? En wie heeft er al medicatie gehad? Ze kunnen met die scanner nog net geen gedachten lezen. Al hebben verpleegkundigen daar vaak geen scanner voor nodig.

Alle informatie is binnen handbereik met zo’n streepjescodescanner. Vraag dat maar aan de winkeljuffrouw. En toch voelt het raar aan. Mijn grootmoeder wordt zo met nachtjapon en woordzoeker een product van een grote fabriek. Al doet de scanner natuurlijk niets af aan de zorg en warmte waarmee de artsen en verpleegkundigen mijn grootmoeder weer in een jong bieke omtoveren. Binnen een week mag ze terug naar huis. Zonder streepjescode. Maar met mijn grootvader als ultragemotiveerde, persoonlijke verpleger dag en nacht naast haar bed.

Elke week van april pende ik een tranche de vie neer voor De Standaard. Deze column verscheen in De Standaard voor ‘De maand van’. Alle rechten zijn voorbehouden voor Corelio. 

Hanne

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.